In 2013 bracht ik een bezoek aan de Universiteit Leiden om Romeins archeologisch schoeisel, opgegraven in het Schotse plaatsje Camelon, te bestuderen. Deze bijzondere archeologische vondst omvatte tientallen schoenen, variërend in maat en stijl, en bood een unieke inkijk in het leven aan de noordelijke grens van het Romeinse Rijk. Wat mij destijds als conservator van het Nederlands Leder en Schoenen Museum in Waalwijk vooral fascineerde, was de toepassing van hedendaagse schoenmaten om deze historische vondsten te analyseren. Dit concept bracht niet alleen nieuwe inzichten, maar riep ook vragen op over hoe we schoenmaten begrijpen en gebruiken.
De Romeinse schoenen uit Camelon werden met elkaar vergeleken aan de hand van moderne continentale schoenmaten. Deze aanpak maakte het mogelijk om populatiekenmerken, zoals de aanwezigheid van mannen, vrouwen en kinderen, in kaart te brengen. Het onderscheid tussen dames-, heren- en kinderschoenen werd echter gemaakt aan de hand van maat 37 als grens. Dit roept interessante vragen op: hoe kun je weten of een kleinere maat door een vrouw of een mannelijke adolescent werd gedragen? Of een grotere maat door een man en niet door een vrouw met grotere voeten?
Schoenmaten zoals we die vandaag kennen, zijn relatief recent ontstaan. In de oudheid werden schoenen vaak op maat gemaakt, zonder gestandaardiseerde maten. Pas in de 18e eeuw, met de opkomst van massaproductie, ontstonden gestandaardiseerde systemen zoals de continentale maten in Europa, de Engelse maten en de Amerikaanse US-sizes. Vandaag de dag zijn er ook Chinese maten (CN-maten), die wereldwijd steeds meer worden gebruikt.
Toch blijft het vergelijken van schoenmaten ingewikkeld. Een maat 38 in het ene systeem kan een maat 37 of 39 zijn in een ander. Dit maakt online schoenen kopen een uitdaging. Sommige fabrikanten hanteren unieke maattabellen, en kleine variaties in pasvorm en model kunnen een groot verschil maken.
Hedendaagse schoenmaattabellen proberen uniformiteit te brengen in een wereld van variatie. Hieronder een overzicht van de meest gebruikte systemen:
Zelfs binnen deze systemen zijn er verschillen. Een continentale maat 40 kan bij sommige fabrikanten 25 cm lang zijn, terwijl het bij andere 25,5 cm is. Het verschil lijkt klein, maar kan een groot effect hebben op draagcomfort.
Bij het bestuderen van archeologische schoenen, zoals Romeinse sandalen of middeleeuws schoeisel, is het essentieel om de binnenzool als referentiepunt te gebruiken. De buitenzool kan namelijk door slijtage, reparaties (zoals bij middeleeuws schoeisel) of constructieverschillen (bijvoorbeeld bij randgenaaide schoenen, een techniek die vanaf ongeveer 1500 gangbaar werd) van omvang veranderen en daardoor een onbetrouwbare maatindicatie geven.
Wat betreft modern schoeisel: Hedendaagse schoenfabrikanten zetten sterk in op precisie. Innovaties zoals 3D-voetscans en op maat ontworpen leesten zorgen ervoor dat schoenen beter aansluiten bij de unieke vormen van individuele voeten. Het ontwikkelen van een universeel systeem dat voor iedereen werkt, blijft echter een uitdaging. Dit benadrukt tevens het belang van voorzichtigheid bij het vergelijken van archeologische schoenmaten met moderne standaarden.
Samenvattend biedt de studie van zowel archeologisch als modern schoeisel waardevolle inzichten in de evolutie van maatvoering en pasvorm. Waar historische schoenen vaak werden aangepast aan de drager door handwerk en lokale tradities, ligt bij modern schoeisel de focus op technologische innovaties en massaproductie. Toch blijft het vinden van een universeel systeem dat zowel verleden als heden recht doet een uitdaging. Het combineren van historische kennis met hedendaagse technologie kan echter leiden tot nieuwe inzichten en oplossingen die zowel praktische als wetenschappelijke waarde hebben.
Dit blog is een samenvatting van een lezing die ik gaf tijdens het Archeologisch Leercongres in Zwolle op vrijdag 29 november 2024.
©Waardevol d’Ing, 2024